Gedicht
Het was mijn eerste hoofdredacteur, zelf een dichter van naam, die mijn poetische (alle goede raadgevingen ten spijt: mijn computer is nog steeds trema-onwillig) inslag dacht te hebben ontdekt. Maar ik dicht al geruime tijd, zei ik tegen hem en de volgende dag legde ik hem mijn verzameld werk voor. Limericks.
Zijn oordeel was vernietigend. Niet dat hij mijn bedenksels niet kon waarderen, maar het voerde veel te ver om een limerick een gedicht te noemen.
In de jaren daarna waagde ik mij wel eens aan wat ander werk. De haiku, bijvoorbeeld (was: bij voorbeeld, en nu zal ik erover ophouden). Misschien hebt u de volgende al eens gelezen, in dat geval is dat niet erg, dan is er sprake van een herhalingsoefening.
een kraai in de mist
de dood op vage vleugels
wenkt met koude hand
Een meesterwerkje, dat ben ik wel met u eens. Maar het bleef bij oprispingen.
Nu echter denk ik dat de doorbraak nabij is.
Het is mij een genoegen met u mijn laatste gedicht te delen, ingegeven door het weer van de afgelopen tijd.
Zomer 2007
Nat
zat.
Een reactie achterlaten
* = verplichtReacties op dit stukje
Er zijn geen reacties gevonden